NAVO-top 2025: Een ongekende impact op de Nederlandse luchtvaart
Op 24 en 25 juni 2025 vond in Den Haag de NAVO-top plaats, waarbij tientallen staatshoofden, ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, en hun delegaties bijeenkwamen. De komst van zulke hooggeplaatste gasten vroeg om uitzonderlijke veiligheidsmaatregelen — met directe gevolgen voor het Nederlandse luchtruim en de luchtvaartsector als geheel.
Beperkingen in luchtruim
Een van de meest ingrijpende maatregelen was het instellen van tijdelijke luchtruimrestricties. Van maandag 23 juni tot en met woensdag 25 juni werd het luchtruim boven grote delen van West-Nederland (inclusief Schiphol, Rotterdam en Den Haag) deels gesloten of sterk beperkt. Binnen een straal van 16 kilometer rond de top werd het luchtruim volledig afgesloten voor al het burgerluchtverkeer. In een bredere straal van circa 93 kilometer mochten vluchten alleen met speciale toestemming plaatsvinden.
Deze maatregel had directe gevolgen voor:
-
Commerciële luchtvaart: meerdere lijndiensten van en naar Schiphol moesten worden geannuleerd of verplaatst.
-
Zakenvluchten en privéjets: sterk beperkt, tenzij zij tot de officiële delegaties behoorden.
-
Drones: volledig verboden in grote delen van het luchtruim, ook voor recreatief en commercieel gebruik.
Schiphol: minder capaciteit, meer druk
Voor luchthaven Schiphol, die normaal gesproken al op maximale capaciteit draait, vormden de beperkingen een flinke uitdaging. De Polderbaan, normaal een cruciale start- en landingsbaan, werd tijdelijk gereserveerd voor aankomst van regeringsvliegtuigen. Tegelijkertijd was de Buitenveldertbaan wegens gepland onderhoud gesloten. Dat betekende dat Schiphol twee belangrijke banen moest missen — wat leidde tot minder beschikbare slots voor reguliere vluchten.
Luchtvaartmaatschappijen, waaronder KLM, zagen zich genoodzaakt om vluchten te schrappen. Naar schatting werd tussen 23 en 26 juni circa 10 tot 20 procent van het normale vluchtaanbod op Schiphol beïnvloed, met vertragingen en annuleringen tot gevolg. Passagiers kregen vaak pas enkele dagen van tevoren zekerheid over hun vertrektijden.
Militaire luchtvaart en luchtbewaking
Tegelijkertijd was er sprake van verhoogde militaire luchtvaartactiviteit. De Koninklijke Luchtmacht zette onder meer F-35’s in om het luchtruim te bewaken, in samenwerking met NAVO-partners. Ook AWACS-verkenningsvliegtuigen cirkelden boven Nederland voor radardekking. Deze militaire operaties hadden prioriteit boven civiele vluchten en namen extra luchtruimcapaciteit in beslag.
Voor Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) was dit een logistieke en technologische uitdaging van formaat: naast het herrouteren van commercieel verkeer moest het militaire verkeer veilig worden geïntegreerd in het Nederlandse luchtruim.